Pijnmedicatie
 

.Het ziekenhuis en pijnmedicatie

 

Wat kun je in de ziekenhuizen krijgen tegen de pijn?
Je kunt ook medicijnen tegen de pijn krijgen. Bij 5% van de bevallingen kiest een barende voor pijnbestrijding.Voor pijnbestrijding met medicijnen moet je altijd naar het ziekenhuis.De reden is dat bij toediening van medicijnen je hartslag, bloeddruk en ademhaling moeten worden gecontroleerd. Ook de conditie van je kindje moet worden bewaakt (registratie van de hartslag via een cardiotocogram of CTG). De apparatuur daarvoor is alleen in het ziekenhuis beschikbaar. Lees hier alvast over de belangrijkste methoden en de voor- en nadelen daarvan. Dat kan je helpen om te kiezen als het nodig mocht zijn.

De volgende behandelingen worden in de regio Nijmegen het meest toegepast:

  • ruggenprik (epidurale analgesie)
  • injectie met pethidine
  • remifentanil via infuus.

 

Ruggenprik (epiduraal)
Een ruggenprik is een injectie in je onderrug met een combinatie van pijnstillende medicijnen. Bij deze pijnbehandeling heb je geen pijn meer in je onderlichaam. De anesthesioloog brengt onder plaatselijke verdoving onder in je rug een naald aan. Tijdens de plaatsingsprocedure moet je je rug bol maken en stil blijven liggen of zitten (ook tijdens de weeën). Via de naald wordt een dun, soepel slangetje in je rug gebracht. De naald gaat er weer uit, het slangetje blijft zitten. Door dit slangetje krijg je tijdens de hele bevalling pijnstillende medicijnen toegediend. Binnen 15 minuten voel je geen pijn meer. Het kan voorkomen dat je even op een anesthesioloog moet wachten omdat hij met andere werkzaamheden bezig is.

De voordelen van een ruggenprik
De meeste vrouwen (95%) voelen helemaal geen pijn meer tijdens de weeën. Voor zover bekend heeft een ruggenprik geen nadelige gevolgen voor het kind of het geven van borstvoeding. Je wordt niet slaperig of suf van een ruggenprik en maakt de bevalling dus helemaal mee. 

De nadelen van een ruggenprik
Heel soms werkt een ruggenprik maar aan één kant. En bij ongeveer 5% van de vrouwen wordt de pijn niet of nauwelijks minder. Dat kan komen door de plaats waar de naald is ingebracht en de dosering van de medicijnen. De ruggenprik wordt dan soms opnieuw uitgevoerd.
De bevalling, vooral het persen, kan langer duren. Daardoor heb je iets meer kans op een bevalling met zuignap of vacuümpomp (een ‘vaginale kunstverlossing’). De bevalling kan ook juist korter duren doordat er een betere ontspanning ontstaat. 

  • Je mag je bed niet uit, omdat je minder gevoel in je benen hebt. Dat komt langzaam weer terug nadat de toediening van medicijnen is stopgezet.
  • Er wordt een infuus ingebracht, om te voorkomen dat je een te lage bloeddruk krijgt.
  • In het CWZ en in ZRT krijg je een blaaskatheter, omdat je door de verdoving niet goed voelt dat je moet plassen. Na de bevalling wordt de katheter weer verwijderd, tegelijk met het slangetje in je rug. In het Radboud ziekenhuis wordt elke 2 uur je blaas met een katheter geleegd. Na de bevalling wordt het slangetje verwijderd uit je rug en krijg je 6 uur lang een verblijfscatheter.
  • Je lichaamstemperatuur kan stijgen door een ruggenprik. Het is dan lastig om te bepalen of dat door de ruggenprik komt of dat het om koorts gaat door een infectie. Soms krijg je dan voor de zekerheid antibiotica. Er is een kans dat je kindje na onderzoek door de kinderarts wordt opgenomen op de  kinderafdeling en ook wordt behandeld met antibiotica.
  • Je kunt jeuk krijgen. Deze kan goed behandeld worden door de samenstelling van de medicijnen aan te passen.
  • Het kan voorkomen dat je hoofdpijn krijgt na het plaatsen van de ruggenprik. Indien dit niet overgaat met wat rust en medicijnen moet de anesthesioloog dit behandelen met wederom een ruggenprik waarbij hij wat van je eigen bloed gebruikt om een lekje dat is ontstaan te stoppen.

 

Injectie met pethidine 
Pethidine wordt toegediend via een injectie in je bil of bovenbeen. Pethidine lijkt op morfine. Het werkt binnen een half uur. Anders dan een ruggenprik neemt pethidine de pijn niet helemaal weg. Het verdooft volgens veel vrouwen wel de ergste pijn. Pethidine werkt 2 tot 4 uur. Vanwege de bijwerkingen voor je kind wordt pethidine niet meer gegeven aan het eind van de ontsluiting.

Voordelen van pethidine:

  • Pethidine kan in elk ziekenhuis op elk tijdstip worden gegeven.
  • Ongeveer 50% van de vrouwen is tevreden over het pijnstillende effect.
  • Je kunt slaperig worden van pethidine, of zelfs in slaap vallen. Dat kan prettig zijn als je moe bent van de weeën: dan kun je even uitrusten.
  • Pethidine kan soms verlichting geven als je moet wachten op een ruggenprik.

Nadelen van pethidine:

  • Pethidine werkt niet zo snel. Pas binnen een half uur wordt de ergste pijn minder.
  • Ongeveer 25-50% van de vrouwen vindt dat de pijn vermindert.
  • Je kunt misselijk, suf en slaperig worden. Het kan zijn dat je de geboorte daardoor minder bewust meemaakt.
  • Ook je kindje kan suf worden van pethidine. Daardoor kan het meer moeite hebben met ademhalen na de geboorte, vooral als de pethidine nog vrij kort voor de geboorte is gegeven.

 

 REMIFENTANIL

Het nieuwe middel remifentanil is een morfineachtige stof die wordt toegediend via een infuus (slangetje in de arm), dat vastzit aan een pompje. Je kunt zelf met een drukknop de hoeveelheid remifentanil bepalen die je toegediend krijgt. Het pompje is zo afgesteld dat je jezelf nooit te veel kunt geven.

Voordelen:

  • Remifentanil werkt al na 1 minuut.
  • Remifentanil verdooft de pijn beter dan pethidine (maar minder goed dan een ruggenprik).

In steeds meer ziekenhuizen vervangt dat middel pethidine als pijnstiller.

 Nadelen:

  • Remifentanil kan van invloed zijn op je ademhaling en op de hoeveelheid zuurstof in je bloed.
  • Er is bij remifentanil een kleine kans op ademstilstand bij de moeder. Daarom moeten jij en je kindje bij gebruik van dit middel continu en  zorgvuldig in de gaten worden gehouden.
  • Remifentanil is alleen beschikbaar in het UMCN St.Radboudziekenhuis en vanaf 01-02-2014 is dit middel er óók in het CWZ.

Over het gebruik van remifentanil is vanwege de mogelijk ernstige bijwerkingen veel discussie geweest. Uit onderzoek-  tussen mei 2011 en mei 2012 -in het OLVG ( Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam) bleek dat Remifentanil aantoonbaar een goede en veilige vervanger voor pethidine is, mits het onder de juiste omstandigheden wordt aangeboden

Wat kan je verloskundige of behandeld arts voor je doen?

Voorbereiden

Je verloskundige en behandeld arts zullen er alles aan doen om je goed voor te bereiden op de bevalling en om die zo prettig mogelijk te laten verlopen. Vertel hen dus vooral wat je wensen zijn, én waar je je zorgen over maakt. Daar kan natuurlijk je partner bij zijn. Je verloskundige en behandeld arts vertellen je ook welke pijnbehandelingen er zijn, waar je daarvoor moet zijn en wat de voor- en nadelen van de verschillende behandelingen zijn. Goede voorbereiding kan angst en onzekerheid wegnemen. Je hebt meer het gevoel dat je alles onder controle hebt. Zodat je vol vertrouwen aan de bevalling begint.

Pijnbestrijding voor je regelen als je dat wilt
Wanneer moet je laten weten dat je pijnbestrijding wilt? Als je dat voor je bevalling al weet, bijvoorbeeld omdat je slecht tegen pijn kunt, bespreek het dan met je verloskundige of behandelend arts. Zij kunnen dan samen met jou bepalen wat het beste moment is om met pijnbehandeling te starten. Maar vaak weet je het niet van tevoren. Als je thuis bevalt, kan tijdens de bevalling pas blijken dat je toch medicijnen tegen de pijn wilt of dat je verloskundige dat beter voor je vindt. Natuurlijk bespreken wij dat met je. Voor zo’n medicamenteuze pijnbehandeling moet je hoe dan ook altijd naar het ziekenhuis. De verloskundige gaat dan met je mee, om de zorg over te dragen aan de gynaecoloog of de verloskundige in het ziekenhuis.