Bloedonderzoek

Voor het bloedonderzoek krijgt je van ons bij de eerste controle een formulier mee, hiermee dien je zo snel mogelijk bloed te laten prikken bij het SHO, Stichting Huisartsen labaratoria Oost. Je kunt dit laten prikken bij verschillende prikposten in de regio Druten en West Maas en Waal. Voor de exacte tijden en locaties, kijk op de achterkant van het labformulier wat je van ons krijgt.

Er worden een paar buisjes bloed afgenomen voor het ‘algemene zwangeren onderzoek’.  

Onderzocht worden:

  • bloedgroep ( A, B, AB, of O)
  • Rhesusfactor D en Rhesusfactor c.
  • aanwezigheid van irregulaire anti-stoffen (antistoffen tegen bepaalde  bloedgroeponderdelen)
  • HIV (aids)
  • geslachtsziekte syfilis
  • hepatitis B (leverziekte)
  • bloedsuiker (glucose)
  • bloedarmoede (Hb)

Wanneer er in de directe familie schildklierziekten zijn kunt je hier zelf ook op worden gecontroleerd.
Tevens willen we weten of je als kind bent ingeënt tegen rode hond, kun je dit s.v.p opzoeken of navragen ? Indien je vroeger op het consultatiebureau het gewone vaccinatie programma hebt gevolgd dan ben je hiertegen ingeënt en ben je beschermd tegen rode hond.

Wanneer je  ivm werk veel in contact bent met kleine kinderen is het goed om te weten of je ooit de vijfde ziekte heeft doorgemaakt. Is dit onduidelijk of niet het geval dan wordt het bloed hier ook op gecontroleerd.

Binnen twee weken zijn alle bloeduitslagen bij ons bekend. Graag spreken wij het volgende met je af: geen bericht is goed bericht. Mocht er iets niet in orde zijn wordt je binnen twee weken door ons gebeld.
Bij de eerst volgende zwangerschapscontrole krijg je alle uitslagen te horen.

Als er een reden voor is, bijvoorbeeld verhoogde BMI( overgewicht) of als je eerder een kind hebt gehad wat erg zwaar was bij de geboorte, wordt er bij 24-28 weken zwangerschap opnieuw een suikerwaarde bepaald..

Bij 27 weken zwangerschap wordt opnieuw het ijzergehalte in je bloed bepaald en zo nodig onderzoek
ivm Rhesus D of Rhesus c:  

Rhesus-D-bloedgroep

De uitslag van het bloedonderzoek kan luiden: bloedgroep is Rhesus D-positief of Rhesus D-negatief. Van de zwangeren is 84 procent Rhesus D-positief en 16 procent Rhesus D-negatief. Een zwangere met bloedgroep Rhesus D-negatief heeft wat extra aandacht nodig. Tijdens de zwangerschap is er een kleine kans dat er bloed van de baby in de bloedbaan van de moeder komt. Bij de geboorte is die kans een stuk groter. Als bloed van een Rhesus D-positieve baby in de bloedbaan van een Rhesus D-negatieve moeder komt, dan kan de moeder antistoffen gaan maken. Deze antistoffen kunnen via de navelstreng het bloed van de baby bereiken en afbreken, waardoor deze of een volgende baby bloedarmoede kan krijgen. Het is daarom belangrijk om uw Rhesus D-bloedgroep vast te stellen. Er zijn twee mogelijkheden:

  • U heeft bloedgroep Rhesus D-positief : Er gebeurt verder niets.
  • U heeft bloedgroep Rhesus D-negatief.

In week 27 van de zwangerschap wordt uw bloed onderzocht op antistoffen tegen Rhesus D.In hetzelfde bloed bepaalt het laboratorium ook de Rhesus D bloedgroep van uw kind. Zij gebruiken daarvoor erfelijk materiaal (DNA) van het kind dat in kleine hoeveelheden aanwezig is in uw bloed. Als uw kind bloedgroep Rhesus D-negatief heeft, hoeft u verder niet meer gecontroleerd te worden op Rhesus D-antistoffen. Als uw kind bloedgroep Rhesus D-positief heeft, krijgt u in week 30 van de zwangerschap een injectie met anti-Rhesus D-antistoffen. De injectie maakt de kans erg klein dat u zelf antistoffen gaat vormen die de baby ziek kunnen maken. De baby merkt niets van de injectie en loopt geen enkel risico. Na de bevalling krijgt u nog een keer een injectie met anti-Rhesus D-antistoffen. Het is belangrijk dat u zelf geen antistoffen gaat maken. Deze zouden schadelijk kunnen zijn als u later opnieuw zwanger wordt van een Rhesus D-positief kind. Ook in een aantal bijzondere verloskundige situaties krijgt u (extra) anti-Rhesus-D-antistoffen toegediend.

Rhesus c-bloedgroep
Ongeveer 18% van alle zwangeren heeft bloedgroep Rhesus c-negatief. Soms maken vrouwen met deze bloedgroep Rhesus c-antistoffen tegen het bloed van de baby als deze bloedgroep Rhesus c-positief heeft. Deze antistoffen kunnen bloedarmoede bij de baby veroorzaken. Zwangeren met bloedgroep Rhesus c-negatief krijgen daarom in week 27 van de zwangerschap bloedonderzoek op antistoffen tegen Rhesus c. Als het laboratorium Rhesus c-antistoffen vindt, wordt verder onderzoek gedaan. U krijgt hierover dan meer informatie van uw verloskundig hulpverlener.

Andere antistoffen tegen rode bloedcellen

Heel soms zijn er tijdens een eerdere zwangerschap of na een bloedtransfusie antistoffen gemaakt tegen andere bloedgroepen dan hierboven genoemd. Deze antistoffen kunnen de gezondheid van uw baby schaden: de kans bestaat dat ze via de navelstreng en de moederkoek (placenta) het bloed van de baby bereiken en afbreken. Als deze antistoffen in uw bloed zijn gevonden, wordt uw bloed verder onderzocht tot duidelijk is welke dit precies zijn.Uw verloskundig hulpverlener zal met u bespreken of het nodig is nog ander onderzoek te laten verrichten of u doorverwijzen.

Meer informatie over bloedonderzoek vindt u in de folder Zwanger! , die u tijdens de intake van de verloskundige gekregen heeft.