Kraamzorg

Hier vind je alles rondom de kraamzorg:

 

Kraamzorg
De kraamverzorgster speelt een grote rol in het kraambed. Afhankelijk van wat voor zorg je aangevraagd hebt, is zij 3 tot 8 uur per dag in huis. Wat doet een kraamverzorgster?  

  • verzorging en controles van moeder en kind
  • hulp en voorlichting bieden bij het voeden van de baby
  • adviezen en voorlichting geven over verzorging van de baby
  • huishoudelijke taken (afhankelijk van het aantal gekozen zorguren)  

Bij problemen overlegt de kraamverzorgster altijd met de verloskundige, want zij is eindverantwoordelijk. In de periodes dat de kraamverzorgster niet aanwezig is, kun je voor belangrijke vragen en adviezen de verloskundige bellen. Bij de eerste controle afspraak in de zwangerschap krijg je folders en nummers van de kraamzorgorganisaties die bij ons in de regio werkzaam zijn mee.

 

Kraambedcontroles van de baby   

Gewicht
Elke pasgeborene valt in de eerste levensdagen wat af, dit is normaal. Om het gewichtsverloop van je kindje te controleren, wordt het iedere dag gewogen. In principe heeft de kraamverzorgster zelf een babyweegschaal bij zich.
 
Geelzien
De baby kan op de 3e tot 5e dag na de geboorte een gele huidsverkleuring krijgen. Dit wordt icterus genoemd. Icterus treedt op bij 2/3e van alle pasgeborenen en is een normaal verschijnsel. Het ontstaat doordat de lever van de baby nog niet optimaal werkt, waardoor deze de bilirubine uit het bloed niet geheel kan afbreken. De onafgebroken bilirubine wordt vervolgens opgeslagen in de huid, wat de gele kleur veroorzaakt. Als de baby te geel is of al binnen 24 uur na de geboorte geel wordt, moet het bilirubinegehalte in het bloed gecontroleerd worden. Dit doet de verloskundige via een hielprikje. Het kan zijn dat de baby dan voor behandeling naar het ziekenhuis moet. 

De hielprik en de gehoorscreening.

De hielprik:

In de eerste week na de geboorte wordt wat bloed afgenomen uit de hiel van pasgeboren kind.
In een laboratorium wordt dit bloed onderzocht op een aantal zeldzame ziektes. Tijdige opsporing en behandeling van deze ziektes voorkomt of beperkt zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van uw kind. De meeste ziektes zijn niet te genezen maar wel te behandelen met bijvoorbeeld medicijnen of een dieet.

De hielprik kan alleen worden uitgevoerd als u aangifte van de geboorte van uw kind bij de Burgerlijke stand van de gemeente heeft gedaan. Een medewerker van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) komt enkele dagen na de geboorte bij u thuis langs om de hielprik uit te voeren.  Het is daarom belangrijk om zo snel mogelijk na de geboorte aangifte (uiterlijk binnen 3 dagen) te doen.

Het bloed van de hielprik wordt onderzocht op:
      - een ziekte van de schildklier,
      - een ziekte van de bijnier,
      - een vorm van bloedarmoede (sikkelcelziekte),
      - een ziekte van de longen (taaislijmziekte of cystic fibrosis),
      - een aantal stofwisselingsziektes.

 De uitslag van de hielprik is vrijwel altijd binnen 2 weken bekend. U ontvangt geen bericht als de uitslag goed is. Als er een afwijkende uitslag is gevonden, ontvangt u bericht van de huisarts.

De hielprik wordt sinds 01-01-2014 gecombineerd uitgevoerd met een screening van het gehoor van uw kind.

De Gehoorscreening.

In de eerste week na de geboorte krijgt uw baby een gehoortest. Met deze test wordt gemeten of uw baby goed genoeg hoort om te leren praten. De gehoortest wordt aangeboden door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Hier hoort ook uw consultatiebureau bij. De gehoortest vindt bij u thuis plaats en tijdens hetzelfde bezoek krijgt uw baby ook de hielprik.

De screener maakt van tevoren géén afspraak voor het bezoek.
De screener doet een zacht dopje in het oor van uw baby. Het dopje is verbonden met een meetapparaat. Dit apparaat meet het gehoor van uw baby. De test duurt enkele minuten en doet geen pijn. Uw baby merkt er nauwelijks iets van en slaapt meestal rustig door. Het resultaat van de gehoortest is direct bekend.


Vitamine K 

Vitamine K is belangrijk voor de bloedstolling. Een pasgeborene heeft zelf weinig vitamine K in het bloed en krijgt daarom direct na de bevalling vitamine K toegediend. Bovendien krijgt elke borstgevoede baby vanaf de 8e dag na de geboorte druppeltjes vitamine K bij, omdat er bij sommige moeders niet genoeg vitamine K in de moedermelk zit. Deze druppeltjes kun je kopen bij apotheek of drogist en worden dagelijks gegeven tot en met de 3e levensmaand. Indien de baby kunstvoeding krijgt, is extra vitamine K niet nodig omdat deze al aan de voeding is toegevoegd.

Vitamine D
Vitamine D is belangrijk voor groei en ontwikkeling van de botten. Deze vitamine wordt onder de huid aangemaakt onder invloed van zonlicht. In Nederland krijgen kinderen te weinig direct zonlicht op hun huid om voldoende vitamine D aan te maken. Daarom krijgt elke borstgevoede baby vanaf de 8e dag na de geboorte extra druppeltjes vitamine D bij, dagelijks tot en met het 3e levensjaar. De druppeltjes zijn te koop bij apotheek en drogist. Indien de baby kunstvoeding krijgt, is extra vitamine D voorlopig niet nodig. Deze is al aan de voeding toegevoegd.

Koortslip: pas op! 
In de eerste levensmaanden is het van belang dat de baby niet in aanraking komt met een koortslip. Dit is een virusinfectie rondom de mond, waarbij de huid opzwelt, rood wordt en er blaasjes gevuld met vocht ontstaan. Hierna droogt het blaasje in tot een korstje. Besmetting met dit virus kan een baby ernstig ziek maken. Mensen met een koortslip mogen de baby niet knuffelen of vasthouden, zelfs niet als de koortslip al is opgedroogd tot een korstje. Verder moeten zij goed hun handen wassen. Indien je zelf een koortslip hebt, moet je goed je handen wassen en een mondkapje dragen.

 

Kraambedcontroles van de moeder  

Bloedverlies
Na de bevalling controleert de verloskundige hoeveel bloedverlies je hebt. Het is normaal dat je de eerste 24 uur na de bevalling ruim bloed verliest, méér dan een normale menstruatie. Hierbij kun je ook stolsels verliezen,vertel dit altijd aan de kraamverzorgster of bel de verloskundige als de kraamverzorgster niet meer in huis is. Om het samentrekken van de baarmoeder te bevorderen is het heel erg belangrijk met regelmaat naar de toilet te gaan,om je blaas goed te ledigen. Het bloedverlies wordt in het kraambed steeds minder en verandert van ‘vers’ rood bloedverlies naar ‘oud’ bruin bloedverlies. Het bloedverlies kan weer wat toenemen als je meer actief bent. Het is normaal dat er tot 4-6 weken na de bevalling bloederige afscheiding is. Zolang je nog vloeit in die periode, is het niet verstandig om te zwemmen.

Hechtingen
Indien je hechtingen hebt is het belangrijk om hier hygiënisch mee om te gaan. Dit betekent dat je de eerste dag, na elk toiletbezoek en/of onder de douche, de wond met water af kunt spoelen. De kraamverzorgster zal de wond regelmatig controleren. Indien nodig ook de verloskundige. De hechtingen zijn meestal oplosbaar. Toch kan het soms prettig zijn om de hechtingen die in de huid zitten op de 5e dag na de bevalling te verwijderen. Dit doet de verloskundige dan tijdens haar visite.

Stuwing
Op de 3e of 4e dag na de bevalling kan er stuwing van de borsten optreden. Je borsten worden groter en voller door een toename van de melkproductie en kunnen hierdoor pijnlijk of gevoelig zijn. Ook indien je géén borstvoeding geeft, kan stuwing optreden. Je kunt dan proberen de ‘druk’ van de borsten af te masseren. Verder kan het dragen van een strakke BH ondersteuning geven aan de gevoelige borsten. Tips bij borstvoeding:  

  • maak de borsten warm vóór je gaat voeden, om goede doorstroming van de melkklieren te bevorderen
  • laat je kindje je borsten goed leegdrinken

Bij stuwing is het belangrijk dat er geen rode/harde plekken in de borsten ontstaan. Indien dit wel het geval is, kun je kraamverzorgster of verloskundige om advies vragen.

Kraambedoefeningen
Na de zwangerschap en de bevalling zijn de bekkenbodemspieren verslapt. Het is belangrijk om in de kraamperiode al te starten met bekkenbodemoefeningen, zodat deze belangrijke spiergroep getraind wordt. Dit vermindert de kans op problemen zoals ongewild urine- en/of ontlastingverlies en verzakkingen. Meer informatie over deze oefeningen krijg je van de verloskundige of op de cursus nagym.

Anticonceptie
De verloskundige zal op de laatste dag van het kraambed verder ingaan op het eventuele gebruik van voorbehoedsmiddelen. Meer informatie over anticonceptie kun je vinden op:
www.anticonceptie-online.nl. Op deze website kun je een keuzetest doen, voor een advies over de methode die het best bij je past.