Klachten in de kraamtijd

Tijdens de kraamtijd kun je diverse klachten krijgen:

 

 Aambeien    Bloedverlies    Stuwing   Zweten     
 Blaasontsteking    Hechtingen  Stoelgang  
 Bekkenpijn  Moe  Stolsels  
 Bekkenbodem  Naweeën   Urineverlies  


 

 Aambeien:
Niet alleen in de zwangerschap– zie ook: Ik ben zwanger : klachten in de zwangerschap - maar ook door het persen kunnen aambeien ontstaan. Niet zelden ontstaat er na de geboorte op een bepaald moment een piek in pijnklachten. Mocht je veel last hebben dan kan je verzachtende crème halen bij drogist of de apotheek.Ook hebben veel vrouwen baat bij Curanol, zowel in de vorm van zalf als in tabletvorm, deze kan je bestellen via de website: www.curanol.nlTegen jeuk en pijn kun je het beste een crème nemen met lidocaïne. Hiervoor heb je een recept van je huisarts nodig.

Het is normaal  om pas enkele dagen na je bevalling ontlasting te krijgen. Ga als je aandrang hebt en neem je tijd.

 

Blaasontsteking:
Veel vrouwen krijgen tijdens de bevalling een katheter om je blaas leeg te maken en hierdoor kan er gemakkelijk een blaasontsteking ontstaan. Soms zijn de eerste aanwijzingen verhoging van temperatuur of koorts ( 38º of hoger) of pijn in je onderbuik. Andere symptomen zijn heel vaak moeten plassen, een branderig gevoel tijdens het plassen of slechts kleine beetjes plassen.

Om de opgevangen urine na te kunnen laten kijken, is het belangrijk om te proberen te voorkomen dat er bloed bij de urine terecht komt. In geval van blaasontsteking schrijft de huisarts antibiotica voor.

                            

 

Bekkenpijn:
Lage rugklachten en bekkenpijn kunnen al in de zwangerschap opspelen, maar kunnen ook pas ontstaan tijdens de bevalling ( uitdrijving) .Veel klachten zullen geleidelijk aan verdwijnen door voldoende rust te nemen en te ontzwangeren. Bij ernstige pijnklachten en belemmeringen in dagelijkse activiteiten, is het verstandig een ( bekken) fysiotherapeute te raadplegen. Je kan rechtstreeks een afspraak maken, verwijsbrief is niet nodig.

 

 

Bekkenbodem:

De bekkenbodemspieren hebben door de zwangerschap en bevalling een zware periode achter de rug. Herstel kost tijd en soms ook extra aandacht. Deze spieren spelen een grote rol op allerlei gebieden: urine op kunnen houden, ontlasting ophouden, sexualiteit, steun geven aan blaas, darm en baarmoeder. Het aanspannen van je bekkenbodemspieren, zonder je buik rug en bilspieren aan te spannen, kan best lastig zijn! Via het cursuscentrum VCCN ( www.vccnijmegn.nl) kun je je aanmelden voor de nagym en kan je desgewenst professionele ondersteuning krijgen.

 

 

 

Bloedverlies:

Het is normaal dat je de eerste 24 uur na de bevalling ruim bloed verliest, méér dan een normale menstruatie. Om het samentrekken van de baarmoeder te bevorderen is het heel erg belangrijk met regelmaat naar het toilet te gaan, om je blaas goed te ledigen. Het bloedverlies wordt in het kraambed steeds minder en verandert van ‘vers’ rood bloedverlies naar ‘oud’ bruin bloedverlies.

Bij twijfels over de hoeveelheid bloedverlies  kan je ons altijd én direct bellen, 24 uur per dag.

Het bloedverlies kan weer wat toenemen als je meer actief bent. Het is normaal dat er tot 4-6 weken na de bevalling bloederige afscheiding is. Zolang je nog vloeit in die periode, is het niet verstandig om te zwemmen.

 



Hechtingen:

Als je bevallen bent zijn er 3 mogelijkheden : je hoeft niet gehecht te worden, het is ingescheurd en er zijn hechtingen nodig, of je hebt een knip ( episiotomie ) gekregen die gehecht moet worden.
De mate waarin hechtingen pijn geven, verschilt enorm. Je mag –indien nodig- met regelmaat paracetamol  innemen. Bespreek dit met je verloskundige en je kraamverzorgster.

Tips:

  • Twee maal daags douchen voor een goede hygiëne is belangrijk. 
  • Als je een zwelling hebt gekregen, kan een koude kompres helpen om de pijn te verminderen.
  • Beweging is goed in het kraambed, maar luister naar je lichaam.
  • Je kan en mag gewoon  (voorzichtig) op een stoel zitten.

De huidhechtingen mogen vanaf de 5e dag verwijderd worden. Veel vrouwen ervaren dat als een opluchting, maar je kan ook wachten tot ze vanzelf oplossen. Gelukkig geneest de bekkenbodem relatief snel en binnen 6 weken hoort ieder type wond genezen te zijn.




Moe :

Je kraamtijd is een bijzonder intensieve periode: je bent moeder geworden, je baby vraagt met grote regelmaat zijn voeding, je lichaam is nog niet herstelt, je kan pijnklachten hebben van je wond en/of aambeien, stuwing, gebroken nachten  en mogelijk een laag hb door het bloedverlies tijdens de bevalling….De opsomming is mogelijk nog niet eens compleet door persoonlijke omstandigheden…
Kortom: heel wat oorzaken om moe te zijn. Het kan helpen als je kan accepteren dat je moe bent en je beseft dat het zo belangrijk is om goed voor jezelf te zorgen!
Niet alleen de dagen dat de kraamverzorgster er is, kan een middagslaapje je op de been houden!
Overleg met je verloskundige of het verstandig is in jouw situatie om ijzertabletten te slikken en/of
je Hb te laten bepalen. Bespreek samen met je partner met welke stappen jij gebaat bent en deel je zorgen. Aarzel niet om hulp van familie of vrienden in te schakelen , als je een steuntje in de rug kunt gebruiken in deze eerste weken.

 

 

 

Naweeën:

De meeste vrouwen die bevallen van hun eerste kind, hebben gelukkig geen last van weeën na de bevalling. Bij volgende kinderen kan dit wél optreden. De naweeën zorgen ervoor dat de baarmoeder goed samentrekt en het bloedverlies binnen de perken blijft. Het geven van borstvoeding doet er nog een schepje bovenop: tijdens het voeden voel je (sterke) samentrekkingen. Je mag hiervoor paracetamol nemen. Bespreek dit wel met je kraamverzorgster en de verloskundige.

 



Stuwing:

Rond de 3e of 4e dag na de bevalling ( later kan ook) kan er stuwing van de borsten optreden. Je borsten worden groter en voller door een toename van de melkproductie en de borsten kunnen hierdoor pijnlijk of gevoelig zijn.
Ook indien je géén borstvoeding geeft, kan stuwing optreden. Je kunt dan proberen de ‘druk’ van de borsten af te masseren. Verder kan het dragen van een strakke BH ondersteuning geven aan de gevoelige borsten.

 

Tips bij borstvoeding:

  • Maak de borsten warm vóór je gaat voeden, om goede doorstroming van de melkklieren te bevorderen
  • Laat je kindje je borsten goed leegdrinken
  • Het belangrijk dat er geen rode/harde plekken in de borsten ontstaan. Indien dit wel het geval is, kun je je kraamverzorgster of verloskundige om advies vragen.




Stoelgang:

Na de bevalling laat de stoelgang op zich wachten. Dit is normaal. De meeste vrouwen krijgen de eerste ontlasting na de bevalling op de derde of vierde dag. Winderigheid is het eerste signaal dat de darmen weer actief worden. Stel het toiletbezoek niet uit en neem je tijd. Je hoeft niet bang te zijn dat het passeren van de ontlasting kwaad kan voor de hechtingen. Ne die eerste keer gaat het bij de meeste vrouwen weer als voorheen. Let op dat je voldoende drinkt, zeker als je borstvoeding geeft!
Mocht het echt niet lukken of tot veel klachten leiden, dan zijn laxeermiddelen een prima tijdelijk hulpmiddel.

De volgende tips komen van het voedingscentrum ( www.voedingscentrum.nl ), daar vindt je ook veel aanvullende informatie. Ook je kraamverzorgster kan hier veel tips in geven..

  • Eet vezelrijke producten en varieer je keuze. Eet dus brood, groente en fruit. Als aanvulling hierop kun je elke dag 2 tot 4 eetlepels zemelen gebruiken..
  • Drink veel, minimaal 2 liter per dag. Te weinig vocht kan leiden tot een harde en droge ontlasting.
  • Eet op regelmatige tijden en sla geen maaltijd over.
  • Een goed ontbijt is helemaal belangrijk. Neem bij voorkeur een groot, vezelrijk ontbijt, bijvoorbeeld 2 volkoren boterhammen met een glas sinaasappelsap en koffie of thee.

  

                  

 

 

Stolsels:

Op de dag van de bevalling kan het gebeuren dat je één of meerdere stolsels verliest.
Onder een stolsel verstaan we een bloedprop met een diameter van 2 cm of meer, soms vuistgroot. Soms gebeurt dit wanneer het je niet lukt om te plassen of nadat je een overvolle blaas hebt gehad.
Als de baarmoeder niet goed kan samentrekken, kunnen er stolsels ontstaan of kan dit overmatig bloedverlies geven.
Vertel dit direct aan je kraamverzorgster  en bel óók de verloskundige. Stolselverlies is reden om te controleren of de baarmoeder goed samentrekt en het bloedverlies te evalueren.
Later in de kraamperiode hoor je in principe geen stolsels meer te verliezen en is dit reden om ons te bellen!

 

 

Urineverlies:

Zowel in de zwangerschap als in de kraamperiode kan ongewenst urineverlies voorkomen. In het kraambed ga je ontzwangeren en verdwijnen de zwangerschapshormonen geleidelijk uit je lichaam. Hierdoor krijg je weer meer grip op je spieren, zo ook op je blaasspieren. Het oefen van aanspannen
en ontspannen is aan te raden, maar niet tijdens het plassen.

Mocht je hier ondersteuning bij nodig hebben, dan kan je je aanmelden voor de nagym, via het cursuscentrum VCCN ( www.vccnijmegn.nl). Voor individuele begeleiding kun je terecht bij de
geregistreerde bekkenfysiotherapeut. Hiervoor heb je geen verwijsbrief nodig.

 

 

 

 

Zweten:

Voor kraamvrouwen is het ( nachtelijk) zweten een normaal verschijnsel. Het is een manier om afvalstoffen na de enerverende bevalling kwijt te raken. Sommige vrouwen hebben hier enkele dagen hinder van, maar je kan er ook enkele weken last van hebben.  Geen reden voor ongerustheid!