Hoe?

Een baby laat op verschillende manieren zien wanneer hij aan de borst wil. Ook als hij nog een beetje slaapt, kan je dat al zien: zijn mondje gaat af en toe open en dicht of het staat heel ver open, alsof hij direct aan je borst wil aanhappen. Dit is zijn eerste hongersignaal! Je baby is nu niet zomaar van je borsten aan het dromen, hij wil bij je drinken. Maakt hij al lichte zuigbewegingen met zijn mondje en wordt hij al wakker, dan is dat het tweede hongersignaal. Zuigt hij verwoed op zijn handjes, een mouw of een stukje deken? Dan zoekt hij de borst en heeft hij al flink honger.
Daarna is er voor je kleintje nog maar één hongersignaal, nu kan hij alleen nog maar huilen om te kennen te geven dat hij nu echt eten nodig heeft.

Kijk rustig naar je baby en leg hem aan zodra je het eerste of tweede hongersignaal ziet. Je zult zien dat het aanleggen dan meer vanzelfsprekend is dan op een later moment. Wacht dus niet tot zijn honger te groot is geworden, want dan is hij ongeduldig en dan is het lastiger om hem goed aan te leggen.
Zorg er altijd voor dat je in een ontspannen houding zit of ligt als je je baby gaat aanleggen.

Je kunt dit op verschillende manieren doen. Op je arm, in de rugbyhouding (met de beentjes onder je arm door naar achteren) of liggend. Met je kraamverzorgster oefen je deze verschillende houdingen. Je kunt deze houdingen afwisselen.

Zorg dat je baby een grote “hap”wil nemen van je borst. Je kunt je borst met één hand pakken en de tepel aanbieden in een rechte lijn met het mondje van de baby. Zo kan de baby goed “happen”. Zorg ervoor, dat hij/zij je tepel en een deel van je tepelhof in zijn/haar mond heeft.

Een kindje dat goed is aangelegd en goed drinkt hóór je drinken en slikken! Hij heeft bolle wangetjes en je ziet zijn kaakjes bewegen. Je ziet dat hij zijn mond vol melk zuigt en dat hij dat doorslikt, en dan weer zuigt, en doorslikt. Binnen enkele minuten kan een geoefend kind een flinke slok drinken.

In het begin is het heel normaal als je kindje acht tot twaalf keer per dag wil drinken. Het ene kind is wat regelmatiger dan het ander, maar om de twee à drie uur -of nog vaker- is heel gewoon, zowel overdag als 's nachts.
De eerste borst geef je zolang je kind dat wil, daarna bied je hem ook de tweede borst. En als je kindje niet gemakkelijk zelf komt om te drinken, maak hem dan regelmatig voorzichtig wakker door hem onder zijn voetjes zacht te masseren. Pas als hij regelmatig groeit en regelmatig zélf vraagt om een voeding, hoef je 'm niet meer wakker te maken.
Naarmate kinderen ouder worden zullen ze minder vaak op een dag drinken. Maar vaak drinken is niet erg en niet ongewoon. Het is prima en vooral goed voor het in stand houden van je productie.